56
HappyMeal

About Happy Meals and spelt flour

Over happy meals en speltbrood

Ik had er hoge verwachtingen van, het debat in De Rode Hoed afgelopen dinsdag over goed en veilig voedsel voor de zwakkere groepen in de samenleving. Onder leiding van Felix Rottenberg sprak onder andere Jaap Seidell, hoogleraar aan de Vrije Universiteit die onderzoek doet naar voeding en sociale klasse, en directeur Erik Does van biologische supermarktketen Ekoplaza over de beschikbaarheid van gezond voedsel voor de sociaal-economisch minderbedeelden.

Vooral de visie van de directeur van de alsmaar groeiende, best prijzige, biologische supermarktketen over dit onderwerp maakte mij nieuwsgierig. Maar ik ben me rot geschrokken. Wat een gebrek aan bezieling, inlevingsvermogen en maatschappelijke betrokkenheid liet de man zien. Het thema van de avond was de beschikbaarheid van goed voedsel voor de zwakkeren in de maatschappij. Maar Does had het liever niet over zwakkeren en sterkeren in de maatschappij. Hij definieerde het graag als een tweedeling tussen de ‘bewusten’ en de ‘onbewusten’. Een scheiding tussen hen die wetend en onwetend zijn. En ook die onwetenden konden volgens hem bewust kiezen.

“Ik zag laatst dat een HappyMeal 4,95 kost. Dat vond ik behoorlijk duur. Dan denk ik: Tja, die onbewusten kunnen ook een keuze maken tussen een Happy Meal of een speltbrood en een pak biologische melk bij Ekoplaza.”

Zoeken naar andere of nieuwe definities van sociale groeperingen kan inhoudelijk verfrissend zijn. Wat zijn hun kenmerkende eigenschappen, wat verbindt ze en waarin verschillen ze juist van elkaar? Maar wat betreft de toegang tot de gezonde voeding, kan je sterkere en zwakkere sociaal-economische groepen niet vervangen voor ‘bewusten’ en ‘onbewusten’. Dat doet geen recht aan de realiteit. Er zijn heel veel fortuinlijke ‘onbewusten’, die hun leven lang niet bij het geitenwollensokken-achtige Ekoplaza zouden kopen, maar voor wie gezonde en biologische voeding wel heel toegankelijk kan zijn. Er zijn ook wat onfortuinlijke (hoogopgeleide)’bewusten’, die zich wel zouden willen vergrijpen aan biologische meiknolletjes, maar dat gewoonweg niet kunnen betalen.

En dan die zogenaamde keuze tussen een HappyMeal (cheeseburger, milkshake, frietjes en nog een toetje ook) en een sneetje droog speltbrood en een glas biologische melk. Die keuze is ook minder makkelijk gemaakt dan gezegd. Keuzes maak je namelijk op basis van de (onbewuste) kennis die je in huis hebt en niet iedereen heeft dezelfde kennis. Ik vraag me oprecht af of de directeur van het bedrijf dat naar eigen zeggen ‘wil bijdragen aan de volksgezondheid’ wel eens een sociaal-economisch zwakkere in het echt heeft gezien? Weet hij dat ze minder kansen hebben op een gezond leven omdat ze over minder sociaal, cultureel en economisch kapitaal beschikken?

Dat het bewust kiezen voor gezond, en zo je wilt biologische, voeding iets is wat je (onbewust) in je opvoeding of opleiding hebt meegekregen? Dat het nuttigen van verse gezonde of vullende arbeidersvoeding aan sociale klasse gekoppeld is? En dat de lagere klasse nooit geleerd heeft hoe ze moeten overleven in een maatschappij waarin een ongezonde levensstijl langzaam maar zeker steeds minder geaccepteerd wordt? Dit in ogenschouw genomen ben ik heel benieuwd hoe Does het dan voor zich ziet. In hoeverre kunnen de ‘onbewusten’ bewust voor een gezond sneetje speltbrood kiezen, als zij niet kunnen inschatten op welke manier dat goed voor hun gezondheid zou zijn?

Waar het dus op neerkomt is dat Ekoplaza zich richt op de elite, die wel bewust een keuze kunnen maken, het kunnen betalen en er daardoor een gezondere levensstijl op na kunnen houden. En dat is helemaal prima. Verschil moet er zijn. Tijdens de lezing werd de vergelijking gemaakt tussen ‘de commerciëlen’ als Jumbo en Albert Heijn en hun zogenaamde tegenhanger Ekoplaza. Ekoplaza-fan Rottenberg schurkte nog even tegen Does aan, met de opmerking dat hij graag minder van die commerciëlen zou zien en meer Ekoplaza’s.

Dat werd een gezellig onderonsje, maar hoe komt Rottenberg erbij dat Ekoplaza niet commercieel is? De biosuper is niet een of andere stichting, waar arm en rijk (of zo je wilt bewust en onbewust) een kilo bio-appels kan kopen voor een habbekrats of een rauwe chocoladereep voor een euro. Ekoplaza is net zoals de Jumbo of Albert Heijn een keihard commercieel bedrijf en geen stichting vanuit het idealistische gedachtegoed dat arm en rijk gezond zouden moeten kunnen eten. Maar betekent dat ook dat het als bedrijf dan moet ontbreken aan een maatschappelijke betrokkenheid? Het lijkt me dat de ‘bewusten’ dat op den duur een enorm gebrek gaan vinden.

About the author: